Discriminatie bestaat volgens Artikel 1 Overijssel in vele vormen, zoals discriminatie in de woonomgeving. Dat kan ook boel ellende met zich meebrengen.
Discriminatie bestaat volgens Artikel 1 Overijssel in vele vormen, zoals discriminatie in de woonomgeving. Dat kan ook boel ellende met zich meebrengen. (Foto: )

Artikel 1 vraagt: Oplossingen discriminatie woonomgeving

door Marten Verheijen, senior consulent Artikel 1 Overijssel

''Sinds jaar en dag worden er bij de antidiscriminatiebureaus en bij de politie veel meldingen gedaan over discriminatie in de woonomgeving.'' Dat zijn de woorden van Marten Verheijen, senior consulent Artikel 1 Overijssel.

Twente - Verheijen doet een kleine greep:
- In een flatgebouw melden twee vrouwen door een onderbuurman telkens uitgescholden te worden voor vieze potten en dies meer. Ook worden vernielingen aan voordeur en auto gedaan.
- Een Twentenaar van Marokkaanse herkomst wordt door een buurman vieze moslim genoemd en in het bijzijn van zijn vrouw en kinderen in de deuropening belaagd en aangevallen. Nadat de buurman hiervoor veroordeeld is, wordt de melder opnieuw door hem aangevallen en wordt zijn voordeur met een knuppel bewerkt.
- Een alleenstaande moeder van twee heel jonge kinderen wordt door een bekende van de politie, woonachtig in dezelfde straat, voortdurend uitgemaakt voor vieze aap. Daarnaast worden haar ramen ingegooid en haar woning beklad met racistische leuzen.

Deze meldingen vertonen opvallende overeenkomsten: de klachten zijn allen meerdere keren gemeld bij de woningcorporatie, de woningcorporaties hebben geen oplossing gevonden en uiteindelijk zijn alle slachtoffers op eigen initiatief verhuisd, zonder dat de corporatie hen daarin gesteund heeft.

Nu heeft een woningcorporatie volgens de huurwet een inspanningsverplichting jegens haar huurders om het woongenot te garanderen, en gebreken aan de woning op te lossen. Een discriminerende en vernielende buurman kan, door hem te wijzen op zijn verplichtingen in de huurovereenkomst, wel degelijk worden aangesproken. Dit gebeurt echter te weinig.

Daarnaast kent de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) aan woningcorporaties ook een inspanningsverplichting om huurders een discriminatievrije woonomgeving te verschaffen. Ervaring leert dat de meeste corporaties onbekend zijn met deze wetgeving. Ook andere mogelijkheden en instrumenten om discriminerende buren aan te spreken op hun gedrag, om zodoende de kwalijke gevolgen ervan te voorkomen, worden zelden ingezet. Discriminatie wordt door corporaties beschouwd als overlastgevend gedrag, en met de middelen die daarin voorhanden zijn getracht te bestrijden.

Maar bij discriminatie in de woonomgeving gaat het vaak niet om een gevalletje geluidsoverlast, maar om het stelselmatig wegpesten van bewoners vanuit een racistische of discriminerende overtuiging. Alles staat of valt natuurlijk met een goede registratie en dossieropbouw. In de praktijk blijkt dat zelfs deze eerste stap te vaak ontbreekt of onvoldoende wordt benut.

Omdat de antidiscriminatiebureaus in hun werk te vaak merken dat corporaties te weinig gebruik maken van de mogelijkheden, heeft Artikel 1 Overijssel een onderzoek laten uitvoeren. Een student HBO-rechten heeft vanuit verschillende rechtsgebieden gekeken naar deze materie en heeft een compleet overzicht gemaakt van instrumenten waar woningcorporaties over kunnen beschikken om stelselmatig discriminerende huurders aan te kunnen spreken en om desnoods gerechtelijke stappen te kunnen zetten.

Op 12 oktober is het de "Dag van de Huurder". Deze dag is door woningcorporaties zelf in het leven geroepen. Artikel 1 Overijssel grijpt deze dag dan ook aan om het rapport van het onderzoek, inclusief bijbehorende samenvatting, te versturen aan de bewonersmanagers van de grootste Overijsselse corporaties. U vindt het bijbehorende scriptieverslag op onze website: Oplossingen discriminatie woonomgeving

Meer berichten